Gepubliceerd: 1 oktober 2020

Niet vullen maar voeden

Jaren geleden was ik een wanhopige moeder. Ons kind was na school, zo moe dat hij bijna aan tafel sliep tijdens het avondeten. Ik maakte me zorgen, dit was niet goed. Bij de eerstvolgende afspraak met de kinderarts en de neuroloog, werd dit besproken. In ons ziekenhuis hadden ze geen kennis van het SATB2 syndroom, zowel de kinderarts, als de neuroloog wisten niet wat te doen. Onderzoeken hadden niets afwijkends laten zien wat de moeheid kon verklaren.Toen ik vroeg of we wat met voeding konden proberen, zei de kinderarts “dat is niet mijn vakgebied”.
Dit was niet het antwoord wat ik verwachtte, ik was een beetje uit het veld geslagen.
Kon het zijn dat Lars andere voeding nodig had? Is het verstandig om in het complementaire veld op zoek te gaan naar een oplossing? Dat waren vragen die ik haar stelde. Je kunt je misschien wel voorstellen dat ik me echt ten einde raad voelde, ons kind moest geholpen worden, hoe dan ook.
De kinderarts vertelde dat sommige ouders inderdaad naar een orthomoleculair voedingstherapeut gingen en dat men daar vrij in is.
 
Ik verwachtte steun van haar kant zoiets van “ja, vooral doen! Mogelijk helpt het hem”. Er kwam geen steun en ook geen oplossing van haar kant. “Dat is niet mijn vakgebied”, het dreunde nog lang na in mijn hoofd. De kinderarts die niets van gezonde voeding weet. Mijn brein heeft daar nog altijd moeite mee. Arts, gezondheid en voeding, dat hoort toch bij elkaar?
De afspraak met de orthomoleculair voedingstherapeut was snel gemaakt. Het roer ging om, bijna een jaar lang volgden we een strikt dieet van vooral zo puur mogelijk voedsel. Geen pakjes en zakjes meer, maar het eten op smaak brengen met kruiden en specerijen. De therapeut testte uit wat Lars beter weg kon laten. Geen tarwe, geen suiker en geen lactose. Het werd zoeken naar wat nog wel kon en daar vonden we onze weg wel in.
We bakten brood van amandelmeel en in plaats van gewone pannenkoeken maakten we banaanpannenkoeken. De meest simpele recepten bleken heel lekker te zijn. Om Lars te steunen, volgde ik hetzelfde dieet. Ook om zelf het verschil te ervaren. We moesten creatief zijn, wat mag allemaal nog wel? Die zomer zijn we hooguit één keer bij de ijssalon geweest, we maakten ons eigen ijs.
 
Langzaam maar zeker ging het energiepeil weer omhoog. Ons vrolijke kind kwam weer helemaal terug. Er mocht ook steeds weer wat toegevoegd worden maar tarwe laten we zoveel mogelijk weg. Dat bleek de grootste boosdoener te zijn. Af en toe een koekje mag maar daar blijft het bij. Binnenkort start ik zelf met de cursus voeding. Ik ben onze orthomoleculair therapeut dankbaar voor haar begeleiding en steun.
We zijn doorgegaan op de ingeslagen weg en voelen ons fitter en blijer, ik kan het iedereen aanbevelen. Begin met jezelf te voeden in plaats van te vullen. Het levert je zoveel op.
 
 
 
 
 
 
 

 

Meer blogitems